BOEK | HFD | VS | WLC | HSV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 11 | 5 | וַיֵּרֶד יְהוָה לִרְאֹת אֶת־הָעִיר וְאֶת־הַמִּגְדָּל אֲשֶׁר בָּנוּ בְּנֵי הָאָדָֽם׃ | Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren, |
1KI | 9 | 3 | וַיֹּאמֶר יְהוָה אֵלָיו שָׁמַעְתִּי אֶת־תְּפִלָּתְךָ וְאֶת־תְּחִנָּתְךָ אֲשֶׁר הִתְחַנַּנְתָּה לְפָנַי הִקְדַּשְׁתִּי אֶת־הַבַּיִת הַזֶּה אֲשֶׁר בָּנִתָה לָשֽׂוּם־שְׁמִי שָׁם עַד־עוֹלָם וְהָיוּ עֵינַי וְלִבִּי שָׁם כָּל־הַיָּמִֽים׃ | De HEERE zei tegen hem: Ik heb uw gebed en uw smeekbede gehoord, die u voor Mijn aangezicht gesmeekt hebt. Ik heb dit huis dat u gebouwd hebt, geheiligd om Mijn Naam daar tot in eeuwigheid te vestigen. Alle dagen zullen Mijn ogen en Mijn hart daar zijn. |
NEH | 3 | 2 | וְעַל־יָדוֹ בָנוּ אַנְשֵׁי יְרֵחוֹ וְעַל־יָדוֹ בָנָה זַכּוּר בֶּן־אִמְרִֽי׃ | Daarnaast waren de mannen van Jericho aan het bouwen; en daarnaast bouwde Zakkur, de zoon van Imri. |
PRO | 9 | 1 | חָכְמוֹת בָּנְתָה בֵיתָהּ חָצְבָה עַמּוּדֶיהָ שִׁבְעָֽה׃ | De hoogste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd, Haar zeven pilaren uitgehakt. |
1KI | 8 | 13 | בָּנֹה בָנִיתִי בֵּית זְבֻל לָךְ מָכוֹן לְשִׁבְתְּךָ עוֹלָמִֽים׃ | Ik heb immers een huis gebouwd als woning voor U, een vaste woonplaats voor U, in alle eeuwigheid. |
EZE | 16 | 25 | אֶל־כָּל־רֹאשׁ דֶּרֶךְ בָּנִית רָֽמָתֵךְ וַתְּתַֽעֲבִי אֶת־יָפְיֵךְ וַתְּפַשְּׂקִי אֶת־רַגְלַיִךְ לְכָל־עוֹבֵר וַתַּרְבִּי אֶת־תזנתך תַּזְנוּתָֽיִךְ׃ | Bij elk kruispunt bouwde u uw hoogten. U misbruikte uw schoonheid afschuwelijk, u spreidde uw benen voor ieder die voorbij trekt en maakte uw hoererijen talrijk. |
JOS | 24 | 13 | וָאֶתֵּן לָכֶם אֶרֶץ ׀ אֲשֶׁר לֹֽא־יָגַעְתָּ בָּהּ וְעָרִים אֲשֶׁר לֹא־בְנִיתֶם וַתֵּשְׁבוּ בָּהֶם כְּרָמִים וְזֵיתִים אֲשֶׁר לֹֽא־נְטַעְתֶּם אַתֶּם אֹכְלִֽים׃ | Zo heb Ik u een land gegeven waarvoor u zich niet ingespannen hebt, en steden die u niet gebouwd hebt, en u woont erin. U eet van wijngaarden en olijfbomen die u niet geplant hebt. |
Vb-en perfectum zwak
Voorbeelden III-he vormen
Werkwoord בנה - bouwen
Werkwoord עָשָׂה – maken/doen
BOEK | HFD | VS | WLC | HSV |
|---|---|---|---|---|
GEN | 1 | 31 | וַיַּרְא אֱלֹהִים אֶת־כָּל־אֲשֶׁר עָשָׂה וְהִנֵּה־טוֹב מְאֹד וֽ͏ַיְהִי־עֶרֶב וֽ͏ַיְהִי־בֹקֶר יוֹם הַשִּׁשִּֽׁי׃ | En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. |
GEN | 3 | 14 | וַיֹּאמֶר יְהֹוָה אֱלֹהִים ׀ אֶֽל־הַנָּחָשׁ כִּי עָשִׂיתָ זֹּאת אָרוּר אַתָּה מִכָּל־הַבְּהֵמָה וּמִכֹּל חַיַּת הַשָּׂדֶה עַל־גְּחֹנְךָ תֵלֵךְ וְעָפָר תֹּאכַל כָּל־יְמֵי חַיֶּֽיךָ׃ | Toen zei de HEERE God tegen de slang: Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder alle dieren van het veld! Op uw buik zult u gaan en stof zult u eten, al de dagen van uw leven. |
GEN | 7 | 4 | כִּי לְיָמִים עוֹד שִׁבְעָה אָֽנֹכִי מַמְטִיר עַל־הָאָרֶץ אַרְבָּעִים יוֹם וְאַרְבָּעִים לָיְלָה וּמָחִיתִי אֶֽת־כָּל־הַיְקוּם אֲשֶׁר עָשִׂיתִי מֵעַל פְּנֵי הֽ͏ָאֲדָמָֽה׃ | Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten laten regenen; en Ik zal al wat bestaat, wat Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen. |
PRO | 9 | 1 | חָכְמוֹת בָּנְתָה בֵיתָהּ חָצְבָה עַמּוּדֶיהָ שִׁבְעָֽה׃ | De hoogste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd, Haar zeven pilaren uitgehakt. |
1KI | 8 | 13 | בָּנֹה בָנִיתִי בֵּית זְבֻל לָךְ מָכוֹן לְשִׁבְתְּךָ עוֹלָמִֽים׃ | Ik heb immers een huis gebouwd als woning voor U, een vaste woonplaats voor U, in alle eeuwigheid. |
EZE | 16 | 25 | אֶל־כָּל־רֹאשׁ דֶּרֶךְ בָּנִית רָֽמָתֵךְ וַתְּתַֽעֲבִי אֶת־יָפְיֵךְ וַתְּפַשְּׂקִי אֶת־רַגְלַיִךְ לְכָל־עוֹבֵר וַתַּרְבִּי אֶת־תזנתך תַּזְנוּתָֽיִךְ׃ | Bij elk kruispunt bouwde u uw hoogten. U misbruikte uw schoonheid afschuwelijk, u spreidde uw benen voor ieder die voorbij trekt en maakte uw hoererijen talrijk. |
JOS | 24 | 13 | וָאֶתֵּן לָכֶם אֶרֶץ ׀ אֲשֶׁר לֹֽא־יָגַעְתָּ בָּהּ וְעָרִים אֲשֶׁר לֹא־בְנִיתֶם וַתֵּשְׁבוּ בָּהֶם כְּרָמִים וְזֵיתִים אֲשֶׁר לֹֽא־נְטַעְתֶּם אַתֶּם אֹכְלִֽים׃ | Zo heb Ik u een land gegeven waarvoor u zich niet ingespannen hebt, en steden die u niet gebouwd hebt, en u woont erin. U eet van wijngaarden en olijfbomen die u niet geplant hebt. |