Betrekkelijk voornaamwoord
Een betrekkelijk voornaamwoord verbindt twee zinnen aan elkaar. In het Nederlands worden daarvoor woorden als ‘die’, ‘wie’, ‘dat’, ‘wat’, ‘welke’. Zie onzetaal.nl
Voorbeelden betrekkelijk voornaamwoord in het Nederlands.
- Het boek dat jij leest is niet meer te koop.
- De persoon die jij ontmoette ken ik al jaren.
Het Hebreeuws gebruikt hiervoor אֲשֶר
Voorbeelden
Daarnaast wordt ook het partikel als betrekkelijk voornaamwoord gebruikt, voornamelijk in de Psalmen, Hooglied en Prediker.
Voorbeelden
- Ps.133:2; כַּשֶּׁמֶן הַטּוֹב ׀ עַל־הָרֹאשׁ יֹרֵד עַֽל־הַזָּקָן זְקַֽן־אַהֲרֹן שֶׁיֹּרֵד עַל־פִּי מִדּוֹתָֽיו׃